Wie is degene die observeert tijdens zazen ?

Mondo - sesshin in l’Arche, september 2009

- Vr. Deze vraag gaat over de denkende geest. Je raadt ons aan, als onze geest te opgewonden is, het functioneren van ons denken te observeren. Ook al is het voor mij duidelijk wat geobserveerd wordt, dan vraag ik mij toch af of het niet de geest is die zichzelf observeert. Wie is het dan die observeert?

- RYR. Tja… als je je werkelijk afvraagt wie er observeert, diep, zul je merken dat je niet kunt vatten wie observeert. Dat is echt het basispunt. Degene die observeert is ongrijpbaar. Dat is de grote koan.

- Maar kan ik weten dat hij bestaat? En er zeker van zijn dat het niet de denkende geest is die zichzelf observeert?

RR neige

- Op het ogenblik dat je wilt weten of hij bestaat, heb je al de neiging van ergens een substantie te willen vinden. Dat is het probleem. De geest bestaat niet. Er is niets dat als entiteit bestaat. Dat is het basispunt dat je goed moet begrijpen. Er is geen entiteit « ego », geen entiteit « ik », geen entiteit« geest ». Dat alles zijn mentale samenklonteringen van het moment, dit wil zeggen verschijnselen. En daarom kun je het denken niet vatten, de geest niet grijpen. Al wat zich voordoet zijn processen, functioneren, relaties. Het zijn enkel relaties. Maar relaties tussen niet-entiteiten! Alleen maar relaties. Zelfs in de fysica weet men dat nu heel goed. Men geloofde in de fysica dat er atomen waren die onder mekaar reageerden, enzovoort. Maar nu merkt men dat het niet zo is. Er zijn geen entiteiten. Niets. Geen substantie.

- Is er dan een interactie tussen dingen die niet bestaan?

- Er zijn alleen interacties. Maar er is niets dat op mekaar regeert. Dat is het ja, absoluut. Maar hier spreek ik vanuit een hoger gezichtspunt. In laatste instantie is er niets. Dat betekent dat de observator, zo je wil... als je je vastklampt aan...
Je hoeft je niet de kop te breken over mijn antwoord. Ervaar het zelf, tracht maar de observator te vatten. Observeer goed. Neem je tijd. Uren, maanden, jaren als het moet. Zoek degene die observeert. Ik ben ervan overtuigd dat je tot dezelfde conclusie zult komen als Eka, toen hij voor Bodhidharma verscheen en zei dat hij leed, en toen Bodhidharma hem vroeg hem de geest te tonen die leed: fuka toku. Ongrijpbaar.
Maar we zijn niet verplicht Eka te geloven. Elk van ons moet het zelf ervaren. Dat is Zen. Het is niet plots een nieuw idee aannemen, in jezelf zeggen: « Oké, ik heb Zen begrepen: alles is ongrijpbaar. Dus mijn geest is ongrijpbaar, ik versta Zen. » Dat is nog steeds een lege notie. In ontkenningen.

- Maar naar mijn ervaring, voor mij is het eerder zoals ik al zei, namelijk dat de geest het fenomeen observatie controleert. Hij observeert zichzelf en laat mij geloven dat er iets te observeren valt. Of tenminste, hij biedt mij de resultaten van die observatie aan, maar die voeden uiteindelijk weer de denkende geest.

- Ik begrijp het wel, maar wat jij « de geest » noemt zijn mentale processen. Je moet niet geloven dat er een vaste entiteit is die we « geest » kunnen noemen, waar we de vinger op kunnen leggen als « geest ».

- Maar je zegt dat die processen realiteit zijn?

- Zeker.

- Worden ze dan niet door iets geproduceerd?

- Jawel. Alles wordt door iets geproduceerd. Alles is het product van relaties, van onderlinge wisselwerking en afhankelijkheid.

- Geldt dit ook voor een oorzaak-gevolgrelatie? Want indien dit het gevolg is, wat is dan de oorzaak?

- Tja, uiteindelijk, de oorzaak... We kunnen de oorzaak niet vatten. De oorzaak is zelf het resultaat van een bundel van relaties. Anders gezegd, wij leven in een vreemde wereld waar er geen entiteiten zijn maar wel verschijnselen. En wat heel bijzonder is, de zenmeditatie heeft monniken dit laten inzien, tweeduizend, tweeduizend vijfhonderd jaar geleden. En de ontwikkeling van de wetenschap en de nieuwste kennis constateren dit nu ook, bevestigen het. In de pure fysica, in de atoomfysica is het zo. Er zijn alleen relaties, geen entiteiten.

Het is waar dat wij een ingewortelde attitude hebben, maar ik geloof dat dit verbonden is met de taal. Het is geen kwade demoon die ons illusies ingeeft, maar het feit dat wij wezens zijn met taal. En dat heeft Boeddha heel goed begrepen. We zijn talige wezens, we hanteren gesproken taal. En het woord houdt in dat klanken die iets betekenen realiteit worden, voor realiteit worden gehouden. Men kent hen een substantie toe, want natuurlijk moet om betekenis te hebben, de drager ervan, het woord verschillend zijn van de overige woordenschat. Onze geest functioneert dus met een woordenboek, met een aantal woorden die maar waarde hebben omdat ze niet met andere kunnen verwisseld worden; anders zou het niet werken. Daarom moeten er verschillen zijn.

En deze houding van denkend met taal functioneren heeft de natuurlijke neiging om woorden substantieel te maken. In het bijzonder is het meest flagrante, dat wij beginnen te praten en na enige tijd van gebrabbel zeggen: « ik, mij » – en uiteindelijk hieraan geloven als aan iets substantieels. Dat is de basis, het vertrekpunt van alle illusies. Het is eenvoudig een fenomeen, zelfs niet verbonden met slecht karma, een demoon, erfzonde of wat ook. Het is gewoon ons systeem zelf van functioneren met een gesproken taal, die woorden schept die ons uiteindelijk misleiden...

Ik denk dat linguïsten of psychoanalisten dit kunnen bevestigen vanuit hun eigen ervaring, maar dit is precies de ervaring van Boeddha geweest en wat hij onderwezen heeft vanaf het begin van zijn ontwaken en zijn beoefening. Het is de eerste soetra, waar ik vaak naar verwijs, die vertaald werd als « De Soetra van de Oorspronkelijke Oorzaak ». Het is de eerste soetra van de bundel van de middelste soetra's, de Majjhima Nikaya. Als u enigszins interesse hebt voor soetra's moet u hem lezen. In vertaling noemt men hem « de oorspronkelijke oorzaak ».

Het zijn een tiental bladzijden, maar het is perfect. Hij verklaart volkomen de visie van Boeddha hierop. Op de oorsprong van alle menselijke illusies, door het feit dat we objecten uit de werkelijkheid aanduiden; dat we begrippen creëren en daarna positie innemen tegenover deze begrippen; zo ontstaat een ego, een « ik, mij » dat in zekere zin meester is van de taal en zich hecht aan die objecten en tenslotte positie kiest: « daar hou ik van, daar hou ik niet van », « dat is goed voor mij, dat is niet goed voor mij ». En na dit alles komt het proces van functioneren van het gewone denken op gang, met zijn illusies en gehechtheden. Boeddha analyseert hoe dit gebeurt bij alles wat bestaat. Zoals de Indiërs graag doen, somt hij dertig of vijftig soorten wezens op, verspreid over de wereld. Daarna begint hij te spreken over de aarde, het water, het vuur en de lucht en zo verder: de verschillende elementen, de verschillende categorieën van wezens en tenslotte komt hij aan het nirvana. En hij zegt precies hetzelfde over het nirvana.

Men hoort Boeddha's onderricht en men stelt zich het nirvana voor. Men vormt er zich een notie van. Men besluit dat deze notie goed is. Men wil het verwerven, men spant zich in. Zo wordt het een object en plots kan men het niet meer realiseren omdat men opnieuw in de val getrapt is. Het zijn niet alleen de Zenmeesters die zeggen dat je je niet moet hechten aan het satori of het nirvana. Boeddha heeft dit van meet af aan gezegd. Ook dit is een aanwijzing, het is gewoon een richting die ons getoond wordt, dat is alles. Het is een zeer relatieve aanduiding. Als we er ons aan hechten, zijn we verloren. Het is daarom dat Boeddha zei: « Gewone mensen hechten aan hun illusies, zij die zich engageren op de Weg trachten hun illusies te verwijderen, maar de boeddha's of arhats, de verwezenlijkte mensen creëren geen illusies meer. »

Dat zijn dus drie niveau's. Geen illusies meer creëren betekent zelfs geen gehechtheid meer aan het satori, het ontwaken, het nirvana enzovoort. Het is hier zijn, echt innerlijk bevrijd. Want juist het denken, die fameuze geest, zelfs al produceert hij steeds weer begrippen, is voldoende ontwaakt om er niet meer aan te hechten. Het zijn maar noties, lege woorden in zekere zin. We kunnen er ons dus beter niet aan hechten. Maar concreet, hoe we functioneren, hoe we leven, hoe we beoefenen, ja, dàt is zeer belangrijk.

 

Tags: Roland Yuno Rech

Afdrukken